Ondersteuning

Het onderwijs op SO Xaverius

Op SO Xaverius kijken we goed naar wat de leerlingen nodig hebben om te leren. Dit noemen we het basisaanbod. We verdelen de hulp in verschillende niveaus: van lichte hulp tot intensieve hulp. Hoe meer moeite een leerling heeft, hoe meer hulp hij of zij krijgt.

Hoe bepalen we de hulp?

We kijken niet naar één ding, maar we combineren verschillende gegevens:

  • Wat we zien in de klas (observaties).
  • De resultaten van toetsen en gedrag (Cito, Scol en incidenten).

Zo krijgt iedere leerling precies de ondersteuning die nodig is.

Hieronder vindt u de uitleg over de extra hulp (ondersteuning) binnen de school. 

Ondersteuningsniveaus

Binnen de school worden vijf ondersteuningsniveaus onderscheiden: 

  1. Onderwijs binnen de groep door de leerkracht  
  2. Ondersteuning binnen de groep door de leerkracht en/of ondersteuner en DGA-medewerker (DGA=Doelgroeparrangement)  
  3. Ondersteuning op school met interne deskundigen  
  4. Ondersteuning op school met externe begeleiders  
  5. Verwijzing naar een (tijdelijke) externe plaatsing, eventueel in combinatie met onderwijs en zorg  

Het onderwijsaanbod is verder uitgewerkt in de kwaliteitskaart/groepsplan. 

Interne deskundigen (ondersteuningsniveau 3)

Rol van de intern begeleider en gedragswetenschapper.

De intern begeleider en de gedragswetenschapper vervullen binnen de school een signalerende, coachende en begeleidende rol. Zij zijn gedurende het onderwijsproces betrokken bij het volgen van de ontwikkeling van leerlingen en ondersteunen leerkrachten bij het afstemmen van het onderwijsaanbod. Tijdige afstemming met hen wordt beschouwd als een vanzelfsprekend onderdeel van professioneel handelen. 

Binnen de school zijn de groepen verdeeld over de intern begeleiders, zodat voor iedere leerkracht en groep duidelijk is wie het eerste aanspreekpunt is. De intern begeleider is daarmee het eerste aanspreekpunt voor de leerkracht. In samenspraak met de leerkracht kan de intern begeleider collegiale consultatie bij de gedragswetenschapper aanvragen. 

Zowel de intern begeleider als de gedragswetenschapper hebben het mandaat om DGA-medewerkers en ondersteuners in te zetten om het onderwijs zo optimaal mogelijk vorm te geven. 

 

Externe begeleiders en College van Begeleiding (CvB)  (ondersteuningsniveau 4)

Externe begeleiders
Vanaf het nieuwe schooljaar moet de inzet van logopedie, fysiotherapie, ergotherapie of andere vormen van therapie of begeleiding tijdens schooltijd worden aangevraagd bij de Commissie voor Begeleiding. In deze commissie zitten intern begeleiders, gedragswetenschappers en locatieleiding.

Ouders/verzorgers doen zelf de aanvraag. Het aanvraagformulier is verkrijgbaar via school en staat ook op de website.

  • Wat doen we met uw aanvraag?

De Commissie voor Begeleiding bespreekt iedere aanvraag. Bij goedkeuring is de aanvraag één schooljaar geldig. Daarna kan verlenging worden aangevraagd. De aanvraag wordt dan opnieuw besproken.

Als een aanvraag niet wordt goedgekeurd, ontvangt u hierover uitleg.

  • Waarom zijn deze afspraken gemaakt?

Deze afspraken zijn gemaakt door alle scholen voor speciaal onderwijs van Kindante. Op alle scholen wordt op dezelfde manier gewerkt.

We hebben afgesproken dat therapie of begeleiding tijdens schooltijd alleen mogelijk is wanneer de doelen aansluiten bij het Ontwikkelingsperspectief (OPP) van de leerling. Zo kunnen we de onderwijstijd van leerlingen goed bewaken en verantwoorden richting de inspectie.

College van Begeleiding (CvB)
Het onderwijsaanbod vraagt om intensievere ondersteuning en de leerling wordt ingebracht in het College van Begeleiding (CvB). 

Dit gebeurt in de volgende situaties: 

  • Er is een hulpvraag of adviesvraag vanuit de leerkracht en interne begeleiding/gedragswetenschapper  
  • Er is sprake van handelingsverlegenheid bij de leerkracht  
  • De resultaten blijven achter ondanks eerdere interventies  
  • ​​​​​​​De samenwerking met ouders verloopt moeizaam  
  • Er is onvoldoende zicht op de ontwikkeling (cognitief, sociaal-emotioneel en/of executieve functies)  
  • ​​​​​​​Er is behoefte aan preventief advies bij twijfel of dilemma’s (ondersteuningsniveau 3) 
  • Er is sprake van een collectief probleem binnen de groep  
  • ​​​​​​​Externe betrokkenen signaleren problemen (ondersteuningsniveau 3)

​​​​​​​